WONEN IN ITALIË – Italiaanse gezelligheid
Rosa was geopereerd en weer thuis, dus ging ik even bij haar op bezoek. "Er is nog iemand die je goed kent" zei ze glimlachend toen ik binnen kwam. Het was Ada. De avond ervoor waren Ada's dochter en haar man bij Rosa langs geweest. We hebben het hier over een aardige gewoonte.
Zodra je een ongelukje hebt gehad, je zit met een gebroken been of herstellende van een operatie thuis, komt het halve dorp je een belangstellend bezoekje brengen. Ik zag het vorig jaar toen Grazia met een gebroken enkel thuis zat, iedere middag bezoek.
Gelukkig had Rosa maar een kleine ingreep ondergaan. We zaten gezellig met z'n drietjes wat te kleppen bij haar aan de keukentafel. Het was vijf uur. De hele tafel stond vol koekjes en chocolaatjes. Ondertussen bereidde Rosa met veel zorg een espresso voor ons.
Ik ben inmiddels dol op deze typische middagbezoekjes. Bij mijn buurvrouw ga ik ook wel eens buurten (volgens haar te weinig). In de winter brandt daar dan ook een houtkachel in de keuken. Ik geniet dan van de geurige espresso en mis de witte wijn die je in Nederland rond deze tijd meestal krijgt aangeboden, helemaal niet.
Het is een kneuterigheid die gemeengoed is. Een paar weken geleden ging ik naar een stel dat net hun 60-jarige bruiloft had gevierd. Ik kwam, uitgenodigd door Bruna (de bruid zullen we maar zeggen), de middag na het familiefeest.
Op de eettafel stonden wijnflessen. Bruna wurmde zich door de kleine keuken naar de ijskast. Ze trok er een schaal vol gebakjes uit. En bij gebak hoort 'vin santo' dus kwamen er glazen op tafel en dronken we er deze mierzoete wijn bij.
Met deze oer-Mombarcarezen praat ik meestal over hun levens. En hoe het hier vroeger was. Vol heimwee en enthousiasme vertellen ze over het toen nog dichtbevolkte dorp. Ieder gezin had zo tussen de vijf en tien kinderen.
Ieder buurtschap had z'n school, winkels, kerk en kroeg. "Ik hield zo van dansen" vertelde de 80-plusser Ada bij Rosa. "We gingen soms wel met vijftig jongeren uit Mombarcaro dansen in Niella Belbo."
Maar ze vertellen ook over de armoede die hier heerste. Hoe ze als kinderen van 11, 12 na school noten moesten gaan rapen die dan weer verkocht konden worden.
Weer even terug naar Bruna. Er kwam nog meer aanloop: de Roemeense Mariachica en haar man. Een leuke levendige vrouw met pretlichtjes in haar ogen. Ook zij kregen zoetigheden en een glas 'vin santo'.
De sfeer werd losser, Mariachica vertelde over haar vaderland Roemenië, maar ook hoe ze haar Italiaanse man had leren kennen. Na het gebak ging Bruna espresso maken. Espresso komt altijd nà de zoetigheden.
De visite blijft geen uren zitten. Na een uurtje of iets langer gaan ze naar huis.
Zo is het een bezoekje dat je nogal eens gemakkelijk aflegt, je bent niet meteen je hele middag kwijt. En ik vind Italiaanse oude mensen heerlijk. Ze hebben altijd wat te vertellen en ik moet altijd erg lachen om hun galgenhumor.
Ze leven hun leven zoals ze dat altijd hebben gedaan. Of ze nou vijftig of 87 zijn. Dit stel, dat zestig jaar getrouwd was, had tot vorig jaar nog een stal met koeien. Ze hebben wel een liftje laten maken, waarmee ze zich van hun woning naar beneden naar de stal kunnen laten zakken.
Italianen zijn verslaafd aan 'compagnia' en praten. In het begin hier werd ik er wel eens dol van, maar inmiddels kan ik af en toe dat gezellige bij elkaar gaan zitten en een eind weg leuteren ook wel waarderen.
Ze praten het liefst over eten of over het reilen en zeilen van het dorp, gesprekken die verder gaan dan de omgeving, daar is niet veel animo voor. Laat staan voor de politiek.
Italiaanse gezelligheid. Het is net iets anders dan thee met een koekje maar aan mij inmiddels goed besteed.


Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.

